Audi Q5   Bediening   adaptive cruise control (ACC)  Snelheidsregelsysteem en afstandsregeling
Bij wagens met schakelbak moet de bestuurder zelf schakelen, ook als de adaptive cruise control is ingeschakeld.
De adaptive cruise control kan worden gebruikt vanaf de 2e versnelling t/m de 6e versnelling in het gebruikelijke toerentalbereik.
Als de adaptive cruise control is ingeschakeld, moet de bestuurder voor het schakelen (zoals gewoonlijk) het koppelingspedaal intrappen. Tijdens het schakelen resp. het intrappen van het koppelingspedaal (tot ca. 20 seconden) blijft de adaptive cruise control ingeschakeld.
Na het inschakelen van een versnelling hoeft de bestuurder het gaspedaal niet in te trappen, omdat het motorkoppel door de adaptive cruise control wordt bepaald.
In de volgende situaties kan het tot een automatische uitschakeling van de adaptive cruise control komen:
  • te lang intrappen van het koppelingspedaal (ca. 20 seconden)
  • verkeerd schakelen en verkeerd bedienen van het koppelingspedaal
Aanwijzing
Tijdens het schakelen kan de adaptive cruise control niet worden ingeschakeld.